Banner Uilhoorn & Fritse
 

Geldig proeftijdontslag bij arbeidsovereenkomst van 6 maanden?

08-09-2017


Met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) zijn per 1 januari 2015 wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de eisen voor een rechtsgeldige proeftijd.

 

Het staat werkgever en werknemer vrij om in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die langer duurt dan 6 maanden een proeftijdbeding op te nemen. De proeftijd moet schriftelijk worden overeengekomen. Voldoende kan zijn een handtekening onder een document dat verwijst naar een overeengekomen proeftijd.

 

Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd langer dan 6 maanden en korter dan 2 jaar, kan maximaal een proeftijd van een maand worden overeengekomen. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 2 jaar of langer kan maximaal een proeftijd van 2 maanden worden overeengekomen.

 

Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan een proeftijd worden overeengekomen van maximaal 2 maanden. Is einddatum van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet op een kalenderdatum gesteld (bijvoorbeeld in geval van de duur van het project) dan kan een proeftijd worden overeengekomen van ten hoogste 1 maand.

 

De proeftijd is onder andere nietig indien de proeftijd voor beide partijen niet gelijk is, en het beding is opgenomen in een opvolgende arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en een andere werkgever die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden de opvolger van de vorige werkgever te zijn.

 

Casus

Het Hof Den Bosch heeft op 16 februari 2017 in hoger beroep een oordeel gegeven over een proeftijdbeding. Tussen partijen is een proeftijd van 1 maand overeengekomen. De werknemer is op 11 februari 2016 in dienst getreden. Afgesproken is dat de arbeidsovereenkomst op 11 augustus 2016 zal eindigen. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op met een beroep op de overeengekomen proeftijd. De werknemer stelt dat dit ontslag niet rechtsgeldig is omdat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor 6 maanden.

 

Het hof verwerpt het verweer van de werknemer dat sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst voor 6 maanden en 1 dag. Taalkundige uitleg brengt met zich mee dat de werknemer ervan uit mocht gaan dat een arbeidsovereenkomst van 6 maanden is overeengekomen. De opzegging is nietig. De werknemer vordert echter geen vernietiging van de opzegging maar vordert een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.

 

De vergoeding is gelijk aan het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben als deze van rechtswege zou zijn geëindigd. In de arbeidsovereenkomst is niet de mogelijkheid voor tussentijdse beëindiging opgenomen. Op grond van art. 7:677 lid 4 BW wordt een schadevergoeding van 3 maanden loon toegewezen in plaats van de resterende 5 maanden van de arbeidsovereenkomst.

 

Bron: ECLI:NL:GHSHE:2017:537

 

Mark UilhoornTel. Direct 078-6392063

 

Zie ook:Wet Werk en Zekerheid (WWZ) Proeftijd

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief