Banner Uilhoorn & Fritse
 

Aanzeggen (art. 7:668 lid 1 BW) moet schriftelijk

08-09-2017


Met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is per 1 januari 2015 ingevoerd dat de werkgever uiterlijk een maand voor het einde van rechtswege van de arbeidsovereenkomst de werknemer laat weten of de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet of niet.

 

Doel van deze wetsbepaling is om de werknemer meer zekerheid te bieden en de werknemer eventueel tijdig om kan zien naar een andere baan. De aanzegverplichting geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd  van 6 maanden en langer.

 

Het einde van de arbeidsovereenkomst moet niet afhankelijk zijn van een gebeurtenis maar van een concrete, kalenderdatum. De aanzegverplichting geldt ook niet voor uitzendovereenkomsten met een uitzendbeding.

 

In het geval een werknemer zelf de arbeidsovereenkomst opzegt is de werkgever nog steeds gehouden om aan te zeggen.  De werkgever doet er in dat geval verstandig aan om de opzegging van de werknemer te bevestigen, waarmee de werkgever voldoet aan de aanzegging.

 

De werkgever moet uiterlijk een maand voor het einde van rechtswege van de arbeidsovereenkomst aanzeggen. Dat betekent dat al bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst gelijk aangezegd kan worden. Risico voor de werkgever is dat de werknemer dan al vrij snel op zoek zou kunnen gaan naar een andere werkgever en aan het einde van de arbeidsovereenkomst niet meer beschikbaar is voor voortzetting van de arbeidsovereenkomst.

 

De aanzegging moet schriftelijk geschieden. De bewijslast van tijdige aanzegging ligt bij de werkgever zodat het raadzaam is de aanzegging aangetekend te versturen of te overhandigen en een handtekening voor ontvangst te vragen danwel in het bijzijn van een getuige. Niet of niet tijdige aanzegging leidt tot schadeplichtigheid van de werkgever.

 

Wordt door de werkgever tijdig medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet maar zonder daarbij de voorwaarden te vermelden, dan is geen sprake van schadeplichtigheid.

 

De werkgever die te laat aanzegt is een vergoeding verschuldigd ten bedrage van het loon over de periode dat de verplichting te laat is nagekomen. Mocht de werkgever niet vrijwillig betalen dan kan de werknemer een gerechtelijke procedure starten. Hiervoor geldt een vervaltermijn van 2 maanden na het einde van rechtswege.

 

De kantonrechter van Lelystad heeft op 1 juni 2017 een oordeel gegeven in een zaak waarbij de werknemer betoogt dat de werkgever een schadevergoeding moet betalen omdat de aanzegging niet (tijdig) is gedaan. Tussen partijen is een arbeidsovereenkomst  voor de duur van 6 maanden overeengekomen. Partijen verschillen van mening of door de werkgever enkele dagen voor het einde van rechtswege van de arbeidsovereenkomst mondeling te kennen is gegeven dat de arbeidsovereenkomst niet wordt voortgezet. De rechter oordeelt dat in het midden kan blijven of de mondelinge mededeling heeft plaatsgevonden aangezien de wet schriftelijkheid vereist. Aangezien daaraan niet is voldaan dient de werkgever aan de werknemer een bedrag ter grootte van een maandloon (te vermeerderen met wettelijke rente) te voldoen.

 

Bron: ECLI:NL:RBMNE:2017:2679

Mark Uilhoorn

Tel. Direct 078-6392063

 

Zie ook:Wet Werk en Zekerheid (WWZ) aanzegverplichting

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief