Banner Uilhoorn & Fritse
 

Bij ontslag op staande voet voortvarend te werk gaan

22-01-2015


Een medewerker van het SVB heeft oneigenlijk gebruik gemaakt van privacygevoelig informatiemateriaal uit de databank. Na geconfronteerd te zijn met de feiten erkent de werknemer dat hij fout zit. Vervolgens start de werkgever een onderzoek en biedt de werknemer schriftelijk zijn excuses aan. De werkgever ontslaat alsnog de werknemer op staande voet. De kantonrechter oordeelt in kort geding dat niet is voldaan aan het onverwijldheidsvereiste. De werkgever gaat van deze beslissing in hoger beroep.

 

De serviceteammedewerker werkt sinds 1986 bij het SVB. Bij de werkzaamheden kan de werknemer gebruik van de databank die inkomens- en andere persoonlijke gegevens van klanten van SVB bevat, zoals UWV en GBA. In de gedragscode die onderdeel is van het handboek HR staat dat werknemers informatie die zij vergaren tijdens de uitvoering van de werkzaamheden strikt zakelijk moeten behandelen. Tijdens een gesprek op 28 april 2014 wordt de werknemer geconfronteerd met een onderzoek waaruit blijkt dat hij in 2013 oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van de databank door inkomensgegevens van bekende voetballers te bekijken.

 

De werknemer erkent en mag zijn werkzaamheden vervolgen. De werkgever stelt een nader onderzoek in. Uit dit onderzoek blijkt dat de werknemer in 2013 zonder zakelijke reden gegevens van 20 bekende Nederlanders heeft geraadpleegd, en die van zijn ex-echtgenote en haar partner. De werknemer wordt vervolgens op 8 mei 2014 tot 16 mei 2014 geschorst met de mogelijkheid om schriftelijk te reageren op het onderzoek. Bij brief van 16 mei 2014 biedt de werknemer nogmaals zijn excuses aan.

 

De werkgever ontslaat bij brief van 22 mei 2014 de werknemer op staande voet. Tegen dit ontslag protesteert de werknemer en hij start vervolgens een kort geding voor loondoorbetaling en wedertewerkstelling. De kantonrechter in kort geding beslist dat het gedrag van de werknemer weliswaar een dringende reden oplevert, maar dat de opzegging niet voldoet aan het onverwijldheidsvereiste.

 

Het Hof oordeelt in hoger beroep dat SVB het ontslag onvoldoende voortvarend ter hand heeft genomen. Vanaf 8 mei 2014 was de werkgever naar aanleiding van het vervolgonderzoek voldoende op de hoogte en had zij intern overleg kunnen en moeten voeren over de vraag welke reactie in beginsel op het gedrag van de werknemer passend en geboden was, en in hoeverre de inhoud van de reactie van de werknemer daaraan nog af kon doen. De werkgever had kort na reactie van de werknemer bij brief van 16 mei 2014 tot het ontslag op staande voet over moeten gaan. Door dit pas te doen bij brief van 22 mei 2014 is niet voldaan aan het wettelijke vereiste van onverwijldheid.

 

Tip: Een ontslag op staande voet hoeft niet onmiddellijk gegeven te worden maar er moet wel met voortvarendheid gehandeld worden om aan het wettelijke vereiste van onverwijldheid te voldoen.

 

Bron: Hof Amsterdam, 16 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5410

 

Mark Uilhoorn

Tel. direct 078-6392063

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief