Banner Uilhoorn & Fritse
 

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte

01-09-2017


Op grond van bestaande jurisprudentie wordt tot uitgangspunt genomen dat voor de werkgever bij uitval van werknemer geen nieuwe loondoorbetalingsverplichting ontstaat als de werknemer na het verstrijken van de wachttijd van 104 weken passende arbeid is blijven verrichten zonder dat de passende arbeid de bedongen arbeid is geworden. De bedongen arbeid is de arbeid die werkgever en werknemer samen zijn overeengekomen en gebruikelijk is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst.

 

Bepalend voor het ontstaan van een nieuwe loondoorbetalingsverplichting is of de (passende)werkzaamheden die de werknemer als gevolg van de re-integratie is gaan verrichten moet worden aangemerkt als de nieuw bedongen arbeid.

 

De Centrale Raad heeft in een zaak waarbij sprake was van een kleine wijziging van het takenpakket wegen organisatorische gronden geoordeeld dat de werknemer geen ander passend werk verricht maar dat de bedongen arbeid licht was gewijzigd. Bij hernieuwde uitval gold voor de werkgever wederom een loondoorbetalingsverplichting van 104 weken.

 

Wat was er aan de hand. Werknemer was werkzaam als lasser en valt uit wegens knieklachten. Op enig moment hervat de werknemer volledig in aangepast werk hetgeen resulteert in een afwijzing van de WIA-aanvraag omdat de werknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Drie jaar later valt de werknemer wederom wegens dezelfde klachten uit. De werkgever is van mening dat de werknemer uitsluitend passende werkzaamheden heeft verricht zonder dat deze werkzaamheden de bedong arbeid is geworden. Dit omdat een het rondbrengen van onderdelen niet langer tot het takenpakket behoorde. Deze taak is vanwege een organisatorische reden opgepakt door een collega.

 

De CRvB oordeelt dat een kleine deeltaak uit de oude functie niet meer terugkeerde in het werk van werknemer. Nu daar volgens de CRvB geen medische maar een organisatorische reden aan ten grondslag lag, is sprake van licht gewijzigde bedongen arbeid.  Deze werkzaamheden heeft de werknemer voor 100% tot de laatste uitval verricht. De CRvB oordeelt dat daarmee de re-integratie was voltooid.

 

Het voortduren van re-integratie-activiteiten is in de meeste gevallen leidend voor de beantwoording van de vraag of de werknemer na het verstrijken van de wachttijd van 104 weken is gere-integreerd in passende dan wel in (nieuw) bedongen arbeid.

 

Mocht u vragen hebben over re-integratie en de daarmee samenhangende loondoorbetalingsverplichting dan kunt u contact opnemen met Conny Fritse.

 

Bron: Centrale Raad van Beroep 

 

 

 

 

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief