Banner Uilhoorn & Fritse
 

De as van vader: bijzetten of verstrooien

17-04-2017


De kantonrechter in Roermond heeft zich op 15 februari 2017 van zijn creatiefste kant laten zien in een kwestie waarbij volwassen kinderen ruzie maakten over wat er met de as van de overleden vader moest gebeuren. De vader is op 8 april 2014 overleden. Een van de twee kinderen heeft de uitvaart geregeld en opdracht gegeven voor de crematie. De urn is door dit kind opgehaald. Eén jaar later wordt door het andere kind beslag gelegd op de urn en wordt deze in bewaring gegeven aan een uitvaartonderneming.

 

Het kind dat opdracht heeft gegeven voor de crematie dient in de lijkbezorging - het geven van bestemming aan de as van het gecremeerde lijk - te voorzien. Het staat hem echter niet vrij de as een bestemming te geven die niet overeenkomt met de vermoedelijke wens van de overledene. In art. 18 van de Wet op de lijkbezorging is namelijk geregeld dat lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de - vermoedelijke - wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.

 

Het ene kind stelt dat het de vermoedelijke wens van vader zou zijn dat de urn bijgeplaatst zou worden in een urnengraf te Roermond terwijl het andere kind stelt dat de as verstrooid zou moeten worden op een strooiveld in Maastricht. Het eerste kind (urnengraf te Roermond) heeft na 2008 geen contact meer gehad met zijn vader terwijl het andere kind (strooiveld te Maastricht) tot aan de dood van zijn vader intensief contact met hem heeft gehad. Tussen de kinderen staat vast dat zowel vader als moeder niet in een graf geplaatst wil worden omdat zij de kinderen niet willen belasten met de verzorging van hun graf.

 

De kantonrechter twijfelt over de vermoedelijke wens om uitgestrooid te worden in Maastricht omdat de families van vader en moeder begraven liggen in Roermond. De exacte wens van vader kan niet meer worden achterhaald. Bij moeder kan ook geen navraag meer worden gedaan aangezien zij lijdt aan een ernstige vorm van dementie. De rechter komt tot het oordeel dat de bestemming van de as op een zorgvuldige en piëteitsvolle wijze moet worden gedaan. De broers zijn het er gedurende het langdurige proces wel over eens geworden dat Roermond de bestemming moet worden.

 

Aangezien vast staat dat vader en moeder na de dood bij elkaar willen blijven, krijgen de kinderen eerst zelf de mogelijkheid om - na de dood van moeder - te bepalen hoe de lijkbezorging plaats gaat vinden. Komen de broers er samen niet uit dat mag het ene kind - dat de crematie van vader heeft verzorgd - overgaan tot het verstrooien van de as maar pas 6 maanden na het overlijden van moeder.

 

ECLI:NL:RBLIM:2017:1272

 

Mark Uilhoorn

Uilhoorn & Fritse Advocaten te Dordrecht

 

 

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief