Banner Uilhoorn & Fritse
 

Mag een werkgever het dragen van een hoofddoek verbieden?

01-05-2017


Op 14 maart 2017 heeft het Europese Hof van Justitie in twee zaken geoordeeld of een werkgever een werkneemster het dragen van een hoofddoek mag verbieden. In beide gevallen zijn de werkneemster vanwege het dragen van de islamitische hoofddoek ontslagen. 

 

In de zaak Achbita/G4S Secure Solotions gold ten tijde van de indiensttreding van Achbita in 2003 een ongeschreven regel krachtens welke de werknemers op het werk geen zichtbare tekens van hun politieke, filosofische of religieuze overtuigingen mochten dragen. Deze regel is met instemming van de ondernemingsraad vastgelegd in het arbeidsreglement. In april 2006 deelt Achbita haar leidinggevende mee dat zij voortaan tijdens werktijd de islamitische hoofddoek zal dragen. Uiteindelijk wordt Achbita in juni 2006 vanwege dit voornemen ontslagen. 

 

Het Europees Hof van Justitie oordeelt in deze zaak dat het verbod om een islamitische hoofddoek te dragen, voorvloeiend uit een interne regel van een particulier onderneming die voorziet in een verbod op het zichtbaar dragen van enig politiek, filosofisch of religieus teken op het werk, geen directe discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging vormt. Wel kan sprake zijn van indirecte discriminatie indien de interne regels tot neutraliteit bepaalde personen benadelen, tenzij de interne regels een legitiem doel hebben en de maatregelen om dat doel te bereiken passend en noodzakelijk zijn.

 

In de tweede zaak Bougnaoui/Micropole, was Bougnaoui bij haar sollicitatie door Micropole geïnformeerd dat het dragen van een islamitische hoofddoek een probleem zou kunnen vormen in haar contacten met klanten. Na een klacht een klant over het dragen van de hoofddoek en de weigering van Bounatoui om geen hoofddoek meer te dragen is zijn ontslagen. 

 

Het Europese Hof van Justitie oordeelt dat als het ontslag van Bougnaou niet is gebaseerd op het bestaan van interne regels dan is de wil van de werkgever om rekening te houden met de wensen van een klant om de dienstverlening niet langer te laten verrichten door een werkneemster die een islamitische hoofddoek draagt niet te beschouwen als een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste. Micropole had Bougnaoui  het dragen van de islamitische hoofdoek niet mogen verbieden en vanwege het dragen daarvan niet mogen ontslaan.

 

Conny Fritse

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief