Banner Uilhoorn & Fritse
 

1 januari 2015, Wet Werk en Zekerheid treedt in werking

31-12-2014


Het zal u niet zijn ontgaan dat de eerste wijzigingen in het arbeids- en ontslagrecht met ingang van 1 januari 2015 in werking treden. Onderstaand in het kort informatie over de aanzegverplichting, het proeftijdbeding, en het non-concurrentie- en relatiebeding.

 

Aanzegverplichting

Nieuw is dat de werkgever de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moet gaan informeren of de arbeidsovereenkomst al dan niet wordt voortgezet. Dit moet schriftelijk en uiterlijk één maand voordat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt.

 

Wordt medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet, dan moeten de voorwaarden waaronder de werkgever wil voortzetten ook worden vermeld.

 

De aanzegverplichting bestaat niet in geval:

  • Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen dat deze eindigt op een tijdstip dat niet op een kalenderdatum is gesteld, (bijv. bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project), of
  • de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode korter dan zes maanden.

Voldoet de werkgever in het geheel niet aan de aanzegverplichting dan is een vergoeding verschuldigd gelijk aan één maand loon. Wordt de verplichting niet tijdig nagekomen dan is de vergoeding naar rato verschuldigd.

 

De bevoegdheid van de werknemer om een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen voor de vergoeding vervalt drie maanden na de dag waarop de verplichting is ontstaan. Anders gezegd: vervalt twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.

 

Toelichting: De termijn is in de periode van 1 januari 2015 tot 1 juli 2015 "twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is gewijzigd", en daarna - vanwege de Verzamelwet SZW 2015 - "drie maanden na de dag waarop de aanzegverplichting is ontstaan". Per saldo is dit gelijk.

 

Inwerkingtreding / overgangsrecht

Het wetsartikel heeft onmiddellijke werking en geldt dus ook voor reeds vóór 1 januari 2015 gesloten arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die eindigen per 1 februari 2015 of later, geldt de aanzegverplichting.

 

Proeftijdbeding

Belangrijkste wijziging ten aanzien van de proeftijd is dat in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van ten hoogste 6 maanden geen proeftijdbeding meer mag worden opgenomen. Daar kan door partijen niet van worden afgeweken met een schriftelijke overeenkomst en ook niet bij CAO.

 

Inwerkingtreding / overgangsrecht

Het oude wetsartikel blijft van toepassing op een proeftijdbeding dat is opgenomen in een arbeidsovereenkomst die tot stand is gekomen vóór 1 januari 2015.

 

Het oude wetsartikel blijft ook van toepassing op een op 1 januari 2015 geldende CAO, waarin toepassing is gegeven aan art. 7:652 lid 6, en de arbeidsovereenkomsten waarop deze van toepassing zijn of worden,  voor de duur van de looptijd van de CAO, maar ten hoogste gedurende 18 maanden na 1 januari 2015.

 

Non-concurrentie- en relatiebeding

Het wetsartikel (art. 7:653 BW) met betrekking tot het beding waarmee de werknemer  ‘wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn’ wordt ingrijpend gewijzigd. Uitgangspunt is dat een dergelijk beding alleen wordt overeengekomen in het geval van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

 

In een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan zoals voorheen een algemeen luidend concurrentiebeding worden opgenomen. Dit moet schriftelijk worden overeengekomen en de werknemer moet meerderjarig zijn.

 

Werkgevers zullen goed na moeten gaan denken over de vraag of in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een concurrentiebeding opgenomen moet worden.

 

De werkgever kan bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na invoering van de wetswijziging namelijk niet meer volstaan met het eenvoudigweg opnemen van een beding waarmee in algemene bewoordingen is bepaald gedurende welke periode en in welk geografisch gebied de werknemer na het einde van de arbeidsovereenkomst bepaalde werkzaamheden niet mag verrichten. Door de werkgever moet in het voorkomende geval in de arbeidsovereenkomst een schriftelijke motivering worden opgenomen waaruit blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

 

Aangezien een non-concurrentie- en/of relatiebeding meestal bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wordt gesloten, zal op enig moment in de sollicitatiefase aan de potentiële werknemer een arbeidsovereenkomst moeten worden voorgelegd waarin zeer specifiek is omschreven waarom de werkgever een dergelijk beding wil overeenkomen.

 

Ondanks dat sprake is van een gemotiveerd beding kan de rechter het beding vernietigen indien hij van oordeel is dat er geen sprake is van zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen, of als de werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld.

 

Inwerkingtreding / overgangsrecht

Het oude wetsartikel blijft van toepassing op een (non)concurrentie- en/of relatiebeding dat is opgenomen in een arbeidsovereenkomst die tot stand is gekomen vóór 1 januari 2015.

 

De in CAO’s – die na 1 januari 2015 nog gelding hebben – opgenomen bepalingen ten aanzien van het (non)concurrentie- en/of relatiebeding die in strijd met de wet zijn, hebben geen werking meer voor arbeidsovereenkomsten die zijn overeengekomen na 1 januari 2015.

 

Verdere ontwikkelingen

Uiteraard houden wij u verder op de hoogte van de ontwikkelingen.

 

Mocht u vragen hebben dan kunt u contact met ons opnemen per e-mail info@uilhoorn-fritse.nl of telefonisch 078-6392060.

 

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief