Banner Uilhoorn & Fritse
 

Erfgenamen hebben recht op beëindigingsvergoeding

18-12-2014


Een werknemer komt na een 26 jarig dienstverband met zijn werkgever overeen dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd met een beëindigingsvergoeding van ongeveer EUR 66.000,00. Partijen hebben de rechter vervolgens verzocht om deze afspraak in een beschikking vast te leggen. De rechter heeft daarop bij beschikking van 31 augustus 2009 de arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:685 BW ontbonden per 1 april 2010 onder toekenning aan de werknemer van de overeengekomen vergoeding.

 

De werknemer overlijdt op 30 december 2009. Vervolgens maken de erfgenamen bij de werkgever aanspraak op de vergoeding daarbij verwijzend naar de overeenkomst en naar de rechterlijke beslissing. De werkgever wijst de vordering af met als onderbouwing  dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd door het overlijden op 30 december 2009. De kantonrechter te Almelo stelt in 2011 de erfgenamen in het gelijk. In hoger beroep wijst het hof Arnhem-Leeuwarden in 2013 de vordering van de erfgenamen alsnog af.

 

De Hoge Raad beslist in 2014 dat de erfgenamen aanspraak kunnen maken op de beëindigingsvergoeding. De beschikking van de kantonrechter die de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden heeft rechtskracht. Niet van belang is of op de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst, de arbeidsovereenkomst ook nog bestaat.

 

"R.o. 3.3.2 Bij de beoordeling van het onderdeel wordt vooropgesteld dat aan een ontbindingsbeschikking als bedoeld in art. 7:685 BW niet slechts rechtskracht, althans rechtsgevolg toekomt indien de arbeidsovereenkomst op het in de beschikking bepaalde tijdstip van ontbinding nog steeds bestaat, want dan zou aan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak zonder aanwending van enig rechtsmiddel rechtskracht kunnen worden ontzegd door in een volgend geding te doen vaststellen dat deze uitspraak geen rechtskracht heeft verkregen of dat de rechtskracht daaraan is ontvallen omdat de grondslag waarop de uitspraak berustte, is weggevallen. Dat is onverenigbaar met het gesloten stelsel van de in de wet geregelde rechtsmiddelen".

 

Het eerdere overlijden van de werknemer staat niet in de weg aan het moeten voldoen van de vergoeding.

 

Tip: In een beëindigingsovereenkomst kan een voorwaarde worden opgenomen dat betaling van de beëindigingsvergoeding alleen verschuldigd is indien op de datum van ontbinding de werknemer niet is overleden. Deze voorwaarde kan ook worden vastgelegd in een gerechtelijke procedure.

 

Bron: Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2898

 

Mark Uilhoorn, Uilhoorn & Fritse Advocaten

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief