Banner Uilhoorn & Fritse
 

Passende arbeid is geen bedongen arbeid

03-11-2011


Werknemer wordt in juni 1998 arbeidsongeschikt wegens ziekte. In maart 1999 hervat de werknemer in passende werkzaamheden.  In juni 1999 wordt aan de werknemer een WAO-uitkering toegekend waar is uitgegaan dat de bedongen arbeid 20% slopers- en 80% timmerwerk inhoudt. Door verergering van de klachten heeft de werknemer vanaf medio oktober 2002 voor halve dagen gewerkt. Werkgever en werknemer maken afspraken over de te verrichten werkzaamheden waarbij 4 uur bouwkundige werkzaamheden worden uitgevoerd en 4 uur magazijnwerk. Vanaf 13 mei 2009 heeft de werknemer geen werkzaamheden meer verricht. De werkgever stopt de loondoorbetaling en de werknemer vordert doorbetaling van zijn loon.

 

De kantonrechter wijst de vordering toe, de verrichte passende werkzaamheden zijn gaan gelden als de bedongen arbeid. In hoger beroep wijst het Hof de vordering alsnog af. Volgens het Hof zijn partijen niet expliciet een wijziging van passende arbeid in bedongen arbeid overeengekomen en onvoldoende staat vast dat de werknemer erop heeft mogen vertrouwen dat de passende arbeid inmiddels mocht gelden als de bedongen arbeid. Het Hof stelt vast dat de passende werkzaamheden in twee opzichten verschilden van de bedongen arbeid: het werk als sloper is geheel komen te vervallen en het werk als timmerman kon in eigen tempo worden verricht en later zelfs voor halve dagen. Vanaf medio 2003 is de werknemer verder aangepaste werkzaamheden gaan verrichten. Conclusie: de werknemer heeft niet meer de bedongen arbeid verricht.

 

Hoge Raad

Het wettelijk stelsel inzake de verplichting voor de werkgever tot loondoorbetaling bij ziekte houdt in, dat de werkgever in geval van de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid  van de werknemer enerzijds gehouden is om gedurende 104 weken het loon te betalen en anderzijds gedurende die periode de re-integratie van zijn werknemer binnen zijn eigen bedrijf  dan wel in het bedrijf van een andere werkgever dient te bevorderen. Als de werknemer als gevolg  van re-integratie andere (passende) werkzaamheden is gaan verrichten zonder dat de passende arbeid de bedongen arbeid is geworden  en de werknemer na afloop van 104 weken  door ziekte uitvalt, de werkgever niet gehouden is (wederom) het loon van de werknemer te betalen.

 

Tip: Voortzetting van de re-integratie na 104 weken is niet alleen een verplichting maar ook een omstandigheid die wijst op het verrichten van passende arbeid.

 

Meer informatie: mw. mr. J.C. Fritse, fritse@uilhoorn-fritse.nl

 

Dit artikel is op 8 nov. 2011 in aangepaste vorm geplaatst in: e-zine Arbeidsrecht, HR Praktijk (WEKA uitgeverij)

 

 

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief