Banner Uilhoorn & Fritse
 

Kennisnemen van Hotmail onrechtmatig bewijs?

15-08-2013


Een werknemer stuurt op zijn werk aan zijn voormalige directeur - die een concurrerende onderneming is gestart - e-mails met klantnamen. De e-mails bevatten commerciële bedrijfsinformatie van de werkgever. De werkgever verzoekt de rechter de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

 

De werknemer in de functie van commercieel medewerker buitendienst is ruim 10 jaar in dienst bij een onderneming in bouwmaterialen. Een collega ziet - door aanraking van de muis - op het scherm van de zakelijke computer van de werknemer dat een privé Hotmail account was geopend met een map waarin klantnamen zichtbaar waren. Door de werkgever wordt een bedrijfsrecherchebureau ingeschakeld waarna de werknemer wordt geconfronteerd met de uitkomsten en vervolgens op non actief wordt gesteld.

 

De werknemer bestrijdt geheime bedrijfsinformatie te hebben doorgespeeld, en is van mening dat de informatie niet meegenomen mag worden in het oordeel van de rechter omdat sprake zou zijn van onrechtmatig verkregen bewijs.

 

Schending privacy?

De rechter oordeelt dat de werkgever niet verweten kan worden van de e-mailberichten kennis te hebben genomen nu de werknemer zelf de betreffende informatie min of meer openlijk zichtbaar op het scherm van zijn werk-pc heeft achter gelaten. Op dat moment was van een gerichte en mogelijk ontoelaatbare zoekactie van de werkgever in de privé correspondentie van de werknemer in ieder geval (nog) geen sprake en van de werkgever kan bezwaarlijk verlangd worden dat zij deze aanwijzingen van mogelijk onvoldoende integer handelen van haar werknemer negeert. De rechter oordeelt dat de werkgever de te respecteren privacy van de werknemer niet heeft overschreden. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden waarbij aan de werknemer een vergoeding wordt toegekend op grond van de kantonrechtersformule, met een correctiefactor van 0,7.

 

Tip: In het civiele recht wordt niet snel geoordeeld dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs.

 

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 11 april 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7178

 

Mark Uilhoorn

Uilhoorn & Fritse Advocaten

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief