Banner Uilhoorn & Fritse
 

Verzet werknemer tegen faillissement

17-07-2013


Een werknemer komt in verzet van het vonnis waarbij de onderneming op eigen aangifte in staat van faillissement is verklaard. Volgens de werknemer is sprake van misbruik van faillissementsrecht. Het faillissement zou zijn aangevraagd om onrechtmatig te profiteren van de verminderde arbeidsrechtelijke bescherming die het faillissement biedt.

 

De werkgever heeft een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV om de arbeidsovereenkomst met de werknemer op te zeggen. Het UWV heeft de ontslagvergunning niet verleend. Na uitspreken van het vonnis tot faillietverklaring zou de werkgever in een tijdschrift hebben laten optekenen een doorstart te willen maken. Volgens de werknemer misbruikt de werkgever het faillissementsrecht om het eerdere doel om met een kleiner en goedkoper personeelsbestand verder te gaan, alsnog te bereiken.

 

De rechter stelt voorop dat sprake is van misbruik van faillissementsrecht indien de faillissementsaanvraag uitsluitend of hoofdzakelijk is geschied ten einde daarmede de arbeidsrechtelijke bescherming van de werknemers te omzeilen. Uit bijlagen bij de eigen aangifte blijkt dat de werkgever verkeerde in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Bovendien is gebleken dat de werkgever heeft getracht de onderneming te redden door een reorganisatie en dat het UWV een ontslagvergunning heeft verleend voor vier van de vijf personeelsleden voor wie ontslag was aangevraagd.

 

De weigering van het UWV om de voor werknemer aangevraagde ontslagvergunning te verlenen is niet ingegeven door redenen van bedrijfseconomische aard maar is gebaseerd op het afspiegelingsbeginsel. Uit de verklaring van de curator blijkt bovendien dat sprake was van aanzienlijke schulden aan de bank, aan handelscrediteuren en schulden in rekening-courant waarvoor geen middelen beschikbaar waren. De onderneming is al in november 2012 ondergebracht bij de afdeling Bijzonder Beheer van de bank, terwijl de onderneming ook niet meer in staat was de salarissen van haar werknemers te betalen.

 

De rechtbank stelt vast dat geen sprake is van een doorstart van de onderneming. De rechtbank is daarom onvoldoende gebleken dat het faillissement door Van den Broek zou zijn aangevraagd met als (enig) doel van de verplichtingen jegens de werknemer af te komen. Het vonnis tot faillietverklaring wordt bekrachtigd.

 

Tip: De werknemer heeft verschillende mogelijkheden om tegen de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de curator op te komen: dagvaarden curator in verband met kennelijke onredelijkheid opzegging arbeidsovereenkomst, verzet tegen de faillietverklaring, beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris om de arbeidsovereenkomst op te laten zeggen door de curator, en dagvaarden van de bestuurders wegens onrechtmatig handelen door het faillissement aan te vragen.

 

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 april 2013, LJN: BZ8133.

 

Mark Uilhoorn

Uilhoorn & Fritse Advocaten

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief