Banner Uilhoorn & Fritse
 

De oudere werknemer, remplaƧantenregeling, het Sociaal Plan en de Belastingdienst

03-05-2013


 

Een bedrijf dat wil reorganiseren sluit in veel gevallen een Sociaal Plan met vakbonden of een Ondernemingsraad, om voor werknemers die boventallig worden, de financiële gevolgen op te vangen. In een Sociaal Plan kan een zogenaamd plaatsmakers- of remplaçantenregeling zijn opgenomen. Een dergelijke regeling houdt in, dat een werknemer die niet boventallig is verklaard, vrijwillig met ontslag gaat, om plaats te maken voor een collega die anders op grond van het afspiegelingsbeginsel voor ontslag in aanmerking zou komen. De plaatsmaker kan dan aanspraak maken op een ontslagvergoeding conform het Sociaal Plan. Voor veel oudere werknemers biedt de remplaçantenregeling de mogelijkheid om vervroegd met pensioen te gaan.

 

RVU

Een regeling voor vervroegd uittreden (RVU) heeft tot doel om oudere werknemers eerder te laten stoppen met werken, dit kan zowel betrekking hebben op een collectief als individueel ontslag. Als werkgever dient u zich te realiseren dat het gebruik van een RVU door een werknemer kan leiden tot een door de Belastingdienst opgelegde eindheffing van 52% over de ontslagvergoeding.

 

Kwalitatieve toets

Niet alle  gevallen waarin u als werkgever oudere werknemers ontslaat , op non-actief stelt of langdurig met verlof laat gaan, worden aangemerkt als een RVU. Er is bijvoorbeeld geen sprake van een RVU als werknemers als gevolg van een reorganisatie op grond van het afspiegelingsbeginsel worden ontslagen. Dit is de zogenaamde kwalitatieve toets. Een plaatsmaker of remplaçant voldoet niet aan deze kwalitatieve toets.

 

Belastingdienst

Op 13 maart 2013 heeft de Belastingdienst op haar pensioensite Vraag en Antwoord een casus besproken, waar een bedrijf een Sociaal Plan aan de inspecteur heeft voorgelegd met het verzoek  een beschikking af te geven, dat de remplaçatenregeling niet zou zijn aan te merken als een RVU. Allereerst stelt de Belastingdienst dat een Sociaal Plan te onbepaald is om dit kwalitatief te kunnen toetsen. Bij het overeenkomen van een remplaçantenregeling  kan niet van te voren objectief worden vastgesteld of  het collectief ontslag leeftijdsafhankelijk is of niet. Niet de reden voor het ontslag maar het doel van de met de individuele werknemer getroffen ontslagregeling is relevant, in dit geval de vrijwillige plaatsmaker. De Belastingdienst concludeert dat de kwalitatieve toets niet van toepassing is.

 

Een oplossing zou kunnen zijn om per leeftijdscohorte de remplaçantenregeling toe te passen, waarbij van tevoren vaststaat dat het totaal aantal per cohorte uit te stromen werknemers uiteindelijk zal voldoen aan het afspiegelingsbeginsel.

 

In het geval de Belastingdienst voor een individueel geval of groep identieke gevallen aannemelijk maakt dat de ontslagvergoeding een RVU is in de zin van de Wet op de Loonbelasting dan zou de werkgever de RVU-heffing voor deze groep nog (deels) kunnen afwenden door met elk van de oudere werknemer overeen te komen dat de ontslagvergoeding zoveel mogelijk op de rekening van een toegelaten pensioenuitvoerder zal worden gestort ter verbetering van de pensioenregeling.  Op die gestorte bedragen is de RVU-regeling niet van toepassing.

 

Conny Fritse, Uilhoorn & Fritse Advocaten

 

 

 

 

 

« Nieuwsoverzicht

 

Nieuwsbrief
Nieuwsbrief